Enkele problemen van overgangsrecht bij de nieuwe regels inzake schadevergoeding voor mededingingsrechtelijke inbreuken

Research output: Contribution to journalArticleAcademicpeer-review

Abstract

De Richtlijn betref ende schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht verbetert de positie van de schadelijder. De Richtlijn is in het Belgische recht geïmplementeerd door aanpassing van het Wetboek
Economisch Recht door een wet van 6 juni 2017, die in werking trad op 22 juni 2017. Aangezien er vaak heel wat tijd verstrijkt tussen een mededingingsrechtelijke inbreuk en de uitspraak van de burgerlijke rechter
over de kwestie of deze inbreuk een bepaalde schade heet veroorzaakt, zullen de komende jaren wellicht heel wat vragen van overgangsrecht rijzen. De overgangsrechtelijke bepaling van de Richtlijn maakt een onderscheid naargelang de nieuwe regels van procedurele dan wel van materieelrechtelijke aard zijn. Hierbij wordt niet aangegeven welke regels tot welke categorie behoren. Deze bijdrage probeert een licht te werpen op de betekenis van dit onderscheid, de manier waarop de Belgische wetgever en de wetgevers van de ons omringende landen hiermee zijn omgegaan en de impact van de door de Belgische wetgever gemaakte keuze op de temporele werking van de nieuwe verjaringsregels en bewijsvermoedens.
Original languageDutch
Pages (from-to)282-295
Number of pages14
JournalRechtskundig Weekblad
Issue number8
Publication statusPublished - 20 Oct 2018

Keywords

  • Private enforcement
  • Competition law
  • Presumptions
  • Damages directive
  • Prescription
  • Distinction procedural law - substantive law
  • Temporal application of the law

Cite this