Press/Media items

Extern adviescollege moet voorkomen dat ministerssalaris 'verder versobert'

Press/Media: Expert CommentPopular

Vanwege de maatschappelijke gevoeligheid van het onderwerp beslissen politici niet graag over hun eigen beloning. Daarmee lopen ministers en andere politieke ambtsdragers het risico dat hun salaris steeds verder versobert en ‘onder de grens van het redelijke komt’.
 
Dat schrijft minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken in een ter consultatie liggend wetsvoorstel. Om de ‘terughoudendheid’ van politici te pareren wil zij een extern college instellen dat over de salarissen en neveninkomsten van alle politieke ambtsdragers moet gaan adviseren. 
 
Daarmee doet de minister een voorzichtige poging loonsverhoging voor politici weer op de agenda te zetten. Het ministerssalaris stijgt op dit moment mee met de salarissen van het Rijk. In 2019 mag een topfunctionaris maximaal €194.000 bruto per jaar verdienen. Dat is inclusief pensioen, vakantiegeld, eindejaarsuitkering en onkostenvergoedingen. Of minister Ollongren dat niet voldoende vindt, wil haar woordvoerder niet zeggen. Het wetsvoorstel ligt ter consultatie 'om te toetsen wat het maatschappelijke sentiment is.' Op basis daarvan wordt het aangepast. 'Het is dus prematuur om daarop vooruit te lopen.'
 
Een loonsverhoging moet pas ingaan als een nieuw kabinet of een nieuwe Tweede Kamer aantreedt. 'Hiermee kan een zittende politieke ambtsdrager niet zichzelf direct bevoordelen tijdens zijn of haar ambtsvervulling, omdat hij immers nooit zeker is van herverkiezing of herbenoeming', aldus het wetsvoorstel.
 
Het college moet de permanente opvolger worden van de commissie-Dijkstal, die vijftien jaar geleden adviseerde de ministerssalarissen met 50% te verhogen — 30% om het gat met topambtenaren te dichten en 20% om aan te haken bij het bedrijfsleven. Dat was tegen de tijdsgeest in, zegt de Utrechtse hoogleraar economie Coen Teulings, die toen deel uitmaakte van de commissie. 'In plaats van de verhoging zijn de salarissen van topambtenaren juist onder de ministernorm gebracht.'
 
Om 'politieke gevoeligheid' te vermijden, moet het college net als in het Verenigd Koninkrijk gaan bestaan uit leden die geen banden met de overheid hebben, zodat niet 'de indruk wordt gewekt dat de slager zijn eigen vlees keurt.' Ze komen uit de wetenschap, consultancy accountancy, pensioenen en human resources. Het kabinet en parlement bepalen uiteindelijk, 'maar de aanbevelingen van het adviescollege gelden daarbij als zwaarwegend advies.'
 
Of het adviescollege de gevoeligheid zal wegnemen, weet Teulings niet. 'Vijftien jaar geleden was iedereen het erover eens dat ministers te weinig verdienden, maar na de economische crisis is de boosheid over topsalarissen groot geworden.' Een onafhankelijk college kan helpen, denkt hij. 'En een iets hoger ministerssalaris lijkt me goed, want het ministerschap zou er wat aantrekkelijker door worden.'
 
Onafhankelijkheid betekent nog niet dat een beslissing wordt geaccepteerd, zegt hoogleraar Teun Dekker, die onderzoek deed naar topinkomens van politici. Duidelijke argumenten zijn nodig om de angel uit de discussie te halen. 'In Canada nemen ze onder het motto “gelijk werk, gelijk betaald” het marktconforme salaris. Daar trekken ze de voordelen van ambtenaren vanaf, die bijvoorbeeld minder snel ontslagen kunnen worden.'
 
Hogere ministerssalarissen zouden ook een verhoging van de maximale topinkomens in de semi-publieke sector betekenen. 'De beslissing wordt mede daardoor heel erg beladen en verschrikkelijk complex', zegt Dekker. Sinds 2015 mogen topinkomens in plaats van 130% maximaal 100% van de ministernorm bedragen. Daarop was destijds kritiek, omdat toptalent zou afhaken, bijvoorbeeld in de zorg.

Associated researcher

Associated organisations

View graph of relations

Details

Description

Vanwege de maatschappelijke gevoeligheid van het onderwerp beslissen politici niet graag over hun eigen beloning. Daarmee lopen ministers en andere politieke ambtsdragers het risico dat hun salaris steeds verder versobert en ‘onder de grens van het redelijke komt’.
 
Dat schrijft minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken in een ter consultatie liggend wetsvoorstel. Om de ‘terughoudendheid’ van politici te pareren wil zij een extern college instellen dat over de salarissen en neveninkomsten van alle politieke ambtsdragers moet gaan adviseren. 
 
Daarmee doet de minister een voorzichtige poging loonsverhoging voor politici weer op de agenda te zetten. Het ministerssalaris stijgt op dit moment mee met de salarissen van het Rijk. In 2019 mag een topfunctionaris maximaal €194.000 bruto per jaar verdienen. Dat is inclusief pensioen, vakantiegeld, eindejaarsuitkering en onkostenvergoedingen. Of minister Ollongren dat niet voldoende vindt, wil haar woordvoerder niet zeggen. Het wetsvoorstel ligt ter consultatie 'om te toetsen wat het maatschappelijke sentiment is.' Op basis daarvan wordt het aangepast. 'Het is dus prematuur om daarop vooruit te lopen.'
 
Een loonsverhoging moet pas ingaan als een nieuw kabinet of een nieuwe Tweede Kamer aantreedt. 'Hiermee kan een zittende politieke ambtsdrager niet zichzelf direct bevoordelen tijdens zijn of haar ambtsvervulling, omdat hij immers nooit zeker is van herverkiezing of herbenoeming', aldus het wetsvoorstel.
 
Het college moet de permanente opvolger worden van de commissie-Dijkstal, die vijftien jaar geleden adviseerde de ministerssalarissen met 50% te verhogen — 30% om het gat met topambtenaren te dichten en 20% om aan te haken bij het bedrijfsleven. Dat was tegen de tijdsgeest in, zegt de Utrechtse hoogleraar economie Coen Teulings, die toen deel uitmaakte van de commissie. 'In plaats van de verhoging zijn de salarissen van topambtenaren juist onder de ministernorm gebracht.'
 
Om 'politieke gevoeligheid' te vermijden, moet het college net als in het Verenigd Koninkrijk gaan bestaan uit leden die geen banden met de overheid hebben, zodat niet 'de indruk wordt gewekt dat de slager zijn eigen vlees keurt.' Ze komen uit de wetenschap, consultancy accountancy, pensioenen en human resources. Het kabinet en parlement bepalen uiteindelijk, 'maar de aanbevelingen van het adviescollege gelden daarbij als zwaarwegend advies.'
 
Of het adviescollege de gevoeligheid zal wegnemen, weet Teulings niet. 'Vijftien jaar geleden was iedereen het erover eens dat ministers te weinig verdienden, maar na de economische crisis is de boosheid over topsalarissen groot geworden.' Een onafhankelijk college kan helpen, denkt hij. 'En een iets hoger ministerssalaris lijkt me goed, want het ministerschap zou er wat aantrekkelijker door worden.'
 
Onafhankelijkheid betekent nog niet dat een beslissing wordt geaccepteerd, zegt hoogleraar Teun Dekker, die onderzoek deed naar topinkomens van politici. Duidelijke argumenten zijn nodig om de angel uit de discussie te halen. 'In Canada nemen ze onder het motto “gelijk werk, gelijk betaald” het marktconforme salaris. Daar trekken ze de voordelen van ambtenaren vanaf, die bijvoorbeeld minder snel ontslagen kunnen worden.'
 
Hogere ministerssalarissen zouden ook een verhoging van de maximale topinkomens in de semi-publieke sector betekenen. 'De beslissing wordt mede daardoor heel erg beladen en verschrikkelijk complex', zegt Dekker. Sinds 2015 mogen topinkomens in plaats van 130% maximaal 100% van de ministernorm bedragen. Daarop was destijds kritiek, omdat toptalent zou afhaken, bijvoorbeeld in de zorg.
Period14 Jun 2019