Verwijzen naar de gynaecoloog

  • Caroline Robertson*
  • , Marjan van den Akker
  • , Nehalennia van Hanegem
  • , Mieke Maaskant
  • *Corresponding author for this work

Research output: Contribution to journalArticleProfessional

8 Downloads (Pure)

Abstract

Inleiding Veel vrouwen komen bij hun huisarts met gynaecologische problemen en ruim een op de tien wordt
verwezen naar de gynaecoloog. Richtlijnen voor de verwijzing worden gegeven in de NHG­Standaarden
en in de NHG­Richtlijn Informatie­uitwisseling tussen huisarts en specialist (HASP). Wij onderzochten
in hoeverre huisartsen deze richtlijnen ook naleven.
Methode Dit observationele crosssectionele onderzoek werd uitgevoerd op de polikliniek Algemene gynaecologie
van het MUMC+ in Maastricht. De gynaecologen van deze polikliniek beoordeelden het verwijsbericht
van de huisarts aan de hand van een vragenlijst, en vervolgens beoordeelden twee huisartsen dezelfde
verwijsberichten aan de hand van de NHG­Standaarden en de HASP.
Resultaten In meer dan 85% van de verwijsberichten stond een duidelijke vraagstelling en achtergrondinformatie.
Slechts 52% van de verwijsberichten bevatte echter een volledige anamnese; cyclusanamnese, soaen seksuele anamnese ontbraken vaak. Ruim driekwart van de verwijzingen was conform de relevante
NHG­Standaarden.
Conclusie Over het algemeen zijn de verwijzingen van huisartsen naar de gynaecoloog in orde. Verbeterpunten
zijn de volledigheid van de anamnese en de uitkomsten van het lichamelijk onderzoek en de overzichtelijkheid van de meegestuurde achtergrondinformatie. Verwijzing naar een gynaecoloog is niet altijd
nodig: huisartsen kunnen voor het plaatsen van een IUD ook verwijzen naar een collega of naar een
kaderhuisarts urogynaecologie.
Original languageDutch
Pages (from-to)23-26
Number of pages4
JournalHuisarts en Wetenschap
Volume62
Issue number8
DOIs
Publication statusPublished - 1 Aug 2019

Cite this