Ondernemerschap in de Wet IB 1964

Research output: Contribution to journalArticleAcademicpeer-review

2 Downloads (Pure)

Abstract

Wie is ondernemer in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 Wet IB 1964 In de loop der jaren zijn criteria ontwikkeld waaraan het ondernemersbegrip getoetst kan worden. Wanneer de vraag rijst of sprake is van ondernemerschap, dient een tweetal vragen beantwoord te worden. Ten eerste de vraag of sprake is van een objectieve onderneming. Indien deze vraag bevestigend beantwoord kan worden, volgt de tweede vraag. Uit het antwoord op deze vraag moet blijken of ook sprake is van subjectief ondernemerschap. Indien wederom een bevestigend antwoord kan worden gegeven, is duidelijk wie als ondernemer kan worden aangemerkt. Kunnen deze criteria nu ook zonder meer worden toegepast bij man-vrouw- firmas, zodat beide echtgenoten als ondernemer aangemerkt kunnen worden De fiscus en de gerechtshoven zijn terughoudend geweest om het ondernemerschap toe te kennen aan de echtgenote in dergelijke situaties. De Hoge Raad heeft echter een ruimere visie weergegeven. Alvorens deze jurisprudentie te behandelen, zullen eerst de criteria van het ondernemerschap in het algemeen ter sprake komen. Door de behandeling van deze criteria en jurisprudentie zal ten slotte duidelijk worden dat het ondernemersbegrip thans ruim bemeten is. Firm, jaargang 5 nummer 2, 1998, blz. 2 t/m 9.
Original languageDutch
Pages (from-to)11
JournalFIRM Fiscaal Studentenblad
Volume5
Issue number2
Publication statusPublished - 1998

Cite this