Gezondheidszorg, politiek en burgerschap: Van bezitsindividualisme tot neoliberalisme

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterAcademic

33 Downloads (Pure)

Abstract

Hoeveel is een mensenleven waard? Een ongemakkelijke vraag die we liever niet stellen en die wellicht wrevel oproept. De waarde van het leven valt toch niet in geld uit te drukken? Getuigt zo’n vraag niet van gevoelloosheid en gebrek aan ethisch besef? Toch dringt deze kwestie zich steeds meer op aan artsen, verzekeraars, managers en budgetbeheerders in de gezondheidszorg, ambtenaren, politici en burgers. De voortgang van de biomedische kennis en technologie vergroot de behandelingsmogelijkheden: weliswaar is genezing niet altijd mogelijk, maar veel ziekten zijn min of meer beheersbaar geworden en ook kan het leven van ongeneeslijk zieken vaak worden opgerekt. Nog nooit werden wij zo oud en leefden wij zo lang in goede gezondheid.
Deze verworvenheid heeft echter een prijskaartje: de gezondheidszorg slokt een steeds groter deel van het bruto nationaal product op. In de Westerse wereld is de financiering van de gezondheidszorg – afgezien van eigen bijdragen (eigen risico) en behandelingen die patiënten uit vrije wil deels of geheel zelf betalen – gebaseerd op collectieve solidariteit, het grondbeginsel van de verzorgingsstaat. Dat wil zeggen, gezonde burgers, werkgevers en de overheid dragen door middel van verzekeringspremies, loonheffingen en belastingen bij aan de kosten van de behandeling van en zorg voor patiënten, die deze kosten niet alleen zouden kunnen dragen. Vrijwel iedereen wil bij ziekte uiteraard zo goed mogelijk behandeld worden en verwacht dat alles wordt gedaan om hem of haar te genezen of in elk geval zijn of haar leven zo lang mogelijk te bewaren – afgezien van de keuze voor actieve levensbeëindiging als het leven een ondraaglijke last is geworden.
De kwestie die zich hierbij onvermijdelijk aandient, is die van de sociale rechtvaardigheid: hoe worden schaarse middelen op een eerlijke en billijke manier verdeeld? Wie kan aanspraak maken op welke behandeling? Op hoeveel medische zorg mogen we rekenen en hoeveel mag die kosten? Hoeveel geld, dat wil zeggen premie- en
2
belastingbetalingen, hebben we over en moeten we volgens verzekeraars en overheid over hebben voor de gezondheidszorg? Dergelijke vragen zijn niet op basis van objectieve wetenschappelijke criteria te beantwoorden. Hier zijn waardeoordelen in het geding en deze behoren tot het terrein van de ethiek en politiek. En omdat wij tegenwoordig, althans in de Westerse wereld, in democratieën leven waarin burgers mondig zijn en een stem hebben in de politiek, gaat deze problematiek ons allen aan, ongeacht of we gezond of ziek zijn.
De politieke dimensie van gezondheid en ziekte is niet nieuw, maar kent een lange geschiedenis, die nauw samenhangt met de modernisering (industrialisering, democratisering en secularisering) van de Westerse samenleving vanaf het midden van de achttiende eeuw. Dit artikel schetst in grote lijnen de ontwikkeling van het verband tussen enerzijds gezondheid en ziekte en anderzijds de politiek, in het bijzonder de rol van de staat en van burgerschap, en stipt enkele daarmee verbonden dilemma’s aan.
Original languageEnglish
Title of host publicationLeerboek Medische Geschiedenis
EditorsFrank Huisman, Eddy Houwaart, Harry Hillen
Place of PublicationHouten
PublisherBohn Stafleu van Loghum
Chapter15
ISBN (Print)9789036819893
DOIs
Publication statusPublished - 10 Jan 2018

Cite this