Abstract
De rechtsvormende taak van de Hoge Raad stond in 2015 centraal in aantal artikelen in Ars Aequi, die in 2016 gebundeld zijn in de Ars Aequi-uitgave “Rechtsvorming door de Hoge Raad”. Mijn bijdrage daaraan ging in op het feit dat de rechtspraktijk na de Nebula - en Berzona -arresten van de Hoge Raad uit 2006 en 2014 in verwarring verkeerde over de vraag of een licentienemer bij een faillissement van zijn licentiegever nu wel of niet met lege handen achterbleef. Die verwarring werd deels veroorzaakt door het feit dat die arresten niet gingen over licenties in een faillissement, maar over rechten van economische eigenaren en huurders bij een faillissement van de juridische eigenaar/verhuurder. De motivering van die arresten deed echter vrezen dat wat daar geoordeeld werd ook voor licenties in faillissement zou kunnen gelden en dat sloot niet aan bij waar in de licentiepraktijk tot die tijd van uitgegaan werd. Ik was van oordeel dat de Hoge Raad zijn rechtsvormende taak in die arresten verzaakte door zich niet genoeg te realiseren dat in de rechtspraktijk aan arresten een brede rechtsvormende werking wordt toegedicht, omdat die rechtspraktijk nu eenmaal hunkert naar rechtszekerheid.
Het goede nieuws is dat de Hoge Raad die rechtspraktijk in licentieland in 2018 op haar wenken heeft bediend door in het arrest van 23 maart 2018 in de zaak Credit Suisse/Jongepier qq zich uitdrukkelijk wel uit te laten over de positie van een licentie bij een faillissement van een licentiegever, hoewel daar, gelet op de feiten van deze zaak, geen aanleiding toe was. Daarmee creëert de Hoge Raad licht in de duisternis waarin de rechtspositie van licentienemers bij een faillissement van hun licentiegever gehuld was en biedt een grote mate van rechtszekerheid. Om die reden verdient dit arrest alle lof. Die lof voor de Hoge Raad neemt vanuit mijn optiek alleen maar toe, doordat de Hoge Raad vervolgens in het arrest De Klerk qq van 9 november 2018 duidelijk maakt dat een curator die de uit het Credit Suisse-arrest voortvloeiende regels niet respecteert in beginsel een boedelschuld creëert en bovendien persoonlijke aansprakelijkheid riskeert wanneer hem daarvan een verwijt gemaakt kan worden.
Het goede nieuws is dat de Hoge Raad die rechtspraktijk in licentieland in 2018 op haar wenken heeft bediend door in het arrest van 23 maart 2018 in de zaak Credit Suisse/Jongepier qq zich uitdrukkelijk wel uit te laten over de positie van een licentie bij een faillissement van een licentiegever, hoewel daar, gelet op de feiten van deze zaak, geen aanleiding toe was. Daarmee creëert de Hoge Raad licht in de duisternis waarin de rechtspositie van licentienemers bij een faillissement van hun licentiegever gehuld was en biedt een grote mate van rechtszekerheid. Om die reden verdient dit arrest alle lof. Die lof voor de Hoge Raad neemt vanuit mijn optiek alleen maar toe, doordat de Hoge Raad vervolgens in het arrest De Klerk qq van 9 november 2018 duidelijk maakt dat een curator die de uit het Credit Suisse-arrest voortvloeiende regels niet respecteert in beginsel een boedelschuld creëert en bovendien persoonlijke aansprakelijkheid riskeert wanneer hem daarvan een verwijt gemaakt kan worden.
| Translated title of the contribution | Dutch Supreme Court shines its light on the position of the license in bankruptcy |
|---|---|
| Original language | Dutch |
| Article number | AA20190361 |
| Pages (from-to) | 361-371 |
| Number of pages | 10 |
| Journal | Ars Aequi |
| Publication status | Published - 1 May 2019 |
Fingerprint
Dive into the research topics of 'Dutch Supreme Court shines its light on the position of the license in bankruptcy'. Together they form a unique fingerprint.Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver