Abstract
Dit artikel onderzoekt of het Nederlandse besluit om interlandelijke adoptie af te bouwen de praktijk daadwerkelijk voorkomt of slechts verplaatst. Op basis van de Rational Choice Theory en de Routine Activity Theory wordt betoogd dat het verbod weliswaar de kosten verhoogt, maar onderliggende motivaties – vooral morele rechtvaardigingen – kunnen blijven bestaan. Hierdoor kunnen aspirant-adoptieouders het verbod omzeilen via informele routes of verhuizing naar het buitenland. Structurele handhavingslacunes, zoals het vrije verkeer binnen de EU en mensenrechtelijke beperkingen, bemoeilijken effectieve preventie. Het succes van het verbod hangt daarom af van de maatschappelijke legitimiteit en de afname van de morele aantrekkingskracht van adoptie.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | FJR 2026/38 |
| Pages (from-to) | 228-234 |
| Journal | Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht |
| Volume | 48 |
| Issue number | 6 |
| Publication status | Published - 18 May 2026 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver