Betaald parkeren bij afgelegen attractiepark vormt zelfstandige prestatie voor de btw

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

Belanghebbende is een fiscale eenheid btw. Een tot de fiscale eenheid behorende BV exploiteert een attractiepark buiten de bebouwde kom dat zonder auto zeer beperkt bereikbaar is. De BV stelt bezoekers in staat om tegen vergoeding de auto te parkeren op een met een slagboom afgesloten terrein. De openingstijden van het terrein zijn afgestemd op die van het attractiepark en de parkeergelegenheid is alleen bedoeld voor bezoekers van het park. Belanghebbende is van mening dat de parkeerdienst één prestatie vormt met het verlenen van toegang tot het attractiepark, waardoor de vergoeding voor het parkeren is belast naar het verlaagde tarief van Tabel I, post b.14, letter g Wet OB 1968. Hof Den Bosch heeft geoordeeld dat het parkeren geen afzonderlijk belang heeft ten opzichte van de hoofdprestatie en uitsluitend kan worden gekoppeld aan de toegang tot het attractiepark.
Original languageDutch
Article numberFED 2021/97
Pages (from-to)34-35
JournalFiscaal Tijdschrift FED
Issue number16/17
Publication statusPublished - 2021

Court cases

TitleFED 2021/97
CourtHoge Raad
Date of judgement7/05/21
ECLI IDECLI:NL:HR:2021:699

Cite this